ECLI:NL:RBAMS:2020:6084
Rechtbank Amsterdam
- Op tegenspraak
- M.A.E. Somsen
- P.K. Oosterling-van der Maarel
- H.E. Hoogendijk
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak ongewenstverklaring vreemdeling en oplegging ISD-maatregel voor winkeldiefstal
De rechtbank Amsterdam behandelde op 4 december 2020 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van winkeldiefstal en het illegaal verblijven als vreemdeling zonder rechtmatig verblijf. De rechtbank stelde vast dat verdachte geen rechtmatig verblijf had op 16 augustus 2020, maar dat dit niet automatisch betekent dat hij een ongewenst verklaarde vreemdeling was volgens artikel 197 Sr Pro, omdat er geen beschikking tot ongewenstverklaring of inreisverbod was uitgevaardigd.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het ten laste gelegde tweede feit over het verblijf zonder rechtmatig verblijf in combinatie met ongewenstverklaring. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte op 16 augustus 2020 een pakje paracetamol en alcoholhoudende mixdrank van Albert Heijn had weggenomen met het oogmerk zich deze wederrechtelijk toe te eigenen.
Gezien het recidivegevaar, de psychische problemen en verslaving van verdachte, en het feit dat hij geen aanspraak kan maken op sociale voorzieningen, werd de ISD-maatregel (plaatsing in inrichting voor stelselmatige daders) voor de duur van één jaar opgelegd. De rechtbank nam daarbij het advies van de reclassering en DT&V in acht en bepaalde een tussentijdse toets na zes maanden om de voortzetting van de maatregel te beoordelen.
De rechtbank oordeelde dat vrijwillige terugkeer onvoldoende garanties bood en dat de ISD-maatregel meer controle en behandeling van de problematiek mogelijk maakt, met als doel de uitzetting naar het land van herkomst zo spoedig mogelijk te realiseren.
Uitkomst: Vrijspraak van ongewenstverklaring en oplegging van een ISD-maatregel van één jaar voor winkeldiefstal.