ECLI:NL:RBAMS:2020:6043
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken bewijs voor wetenschap van drugshandel door verdachte
De rechtbank Amsterdam heeft op 3 december 2020 uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte die werd verdacht van betrokkenheid bij handel in cocaïne. De tenlastelegging betrof het opzettelijk aanwezig hebben van ongeveer 1980 gram cocaïne in een auto.
Tijdens de terechtzitting op 19 november 2020 heeft de rechtbank het bewijs en de standpunten van partijen afgewogen. De verdediging voerde een onrechtmatigheidsverweer aan tegen de doorzoeking van de auto, maar dit werd door de rechtbank verworpen omdat de controle en het kijken in een tas binnen de bevoegdheden van de politie vielen.
De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend kon worden bewezen dat verdachte wist van de aanwezigheid van de cocaïne. Verdachte verklaarde dat hij als vriendendienst naar Den Haag reed zonder te weten wat zijn medeverdachten zouden doen. De rechtbank volgde de officier van justitie niet in diens stelling dat sprake was van voorwaardelijk opzet.
Op grond hiervan verklaarde de rechtbank het ten laste gelegde niet bewezen en sprak verdachte vrij. Tevens werd het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven en een bedrag van 550 euro teruggegeven aan verdachte.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat niet bewezen is dat hij wist van de aanwezigheid van cocaïne in de auto.