Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
[slachtoffer] ontuchtige handelingen heeft gepleegd, waarbij sprake is geweest van seksueel binnendringen, te weten het zich door [slachtoffer] laten pijpen;
3.Vrijspraak
en tussen de medeverdachte [naam medeverdachte 1] en [slachtoffer] , en de filmpjes welke zijn aangetroffen op de telefoons van verdachte en [naam medeverdachte 1] waarop te zien is dat [slachtoffer] seksuele handelingen verricht met – naar haar zeggen – [naam medeverdachte 1] . Op één van de filmpjes is uit het geluid op te maken dat ook verdachte daarbij aanwezig was. Het onder 1 tenlastegelegde kan deels worden bewezen verklaard, namelijk dat [slachtoffer] is geworven, vervoerd en overgebracht met het oogmerk van uitbuiting (artikel 273f eerste lid sub 2 Wetboek van strafrecht (Sr)) en dat [slachtoffer] ertoe is gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen tegen betaling (artikel 273f eerste lid sub 5 Sr).
Verdachte en de medeverdachten [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 2] hebben daarbij alle drie een wezenlijke rol gespeeld. Verdachte en [naam medeverdachte 2] hebben onder meer [slachtoffer] naar de woning in de [adres] gebracht waar zij seks moest hebben met mannen. Aldus is sprake van medeplegen.
Uit de veiliggestelde chatberichten tussen verdachte en [slachtoffer] kan hooguit wetenschap achteraf worden afgeleid maar geen strafbare betrokkenheid.
Het is merkwaardig dat er geen nader onderzoek in de woning aan de [adres] te Uithoorn heeft plaatsgevonden en dat de bewoner niet is gehoord.
Het blijft daarom onduidelijk wat er precies in deze woning is gebeurd.
Verdachte moet daarom van het onder 1 en 2 tenlastegelegde worden vrijgesproken.
[slachtoffer] of dat zij op een andere manier hierdoor zijn bevoordeeld. Er is dan ook geen bewijs dat verdachte voordeel heeft getrokken uit de vermeende seksuele handelingen van [slachtoffer] , zodat hij reeds om deze reden van dit onderdeel van de tenlastelegging moet worden vrijgesproken.
Volgens [slachtoffer] heeft [naam medeverdachte 1] haar enkele dagen daarna dreigend voorgehouden “dat meisjes die niet doen wat zij zeggen, daarvan snijden zij het gezicht open”.
13 april 2020om 21:03 uur. Op deze schermafbeelding is verdachte te zien met een pakketje bankbiljetten in zijn hand. De aanwezigheid van deze foto in de telefoon van [naam] is opmerkelijk, maar onvoldoende voor het bewijs dat verdachte degene is geweest die het van misdrijf afkomstige geldbedrag van € 10.000,- heeft opgenomen. Verdachte zal daarom van het feit worden vrijgesproken.