Uitspraak
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Waardering van het bewijs
4.Bewezenverklaring
zaak A
zaak B,meer subsidiair:
5.De strafbaarheid van de feiten
6.De strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straf
8.Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
9.Tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling
,betreffende het onherroepelijk geworden vonnis d.d. 28 januari 2019 van de rechtbank Den Haag, waarbij verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot acht maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich voor het einde van een op twee jaren bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvoor de duur van
12 (twaalf) maanden.
3 (drie) maanden, van deze gevangenisstraf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast.
proeftijdvan
2 (twee) jarenvast.
Meldplicht bij de reclassering
Opname in een zorginstelling
Ambulante behandeling
Begeleid wonen of maatschappelijke opvang
Alcoholverbod/meewerken aan middelencontrole
dadelijk uitvoerbaarzijn.
benadeelde partij [slachtoffer 1]toe tot een bedrag van
€ 1.314,28 (duizend driehonderdveertien euro en achtentwintig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade op 27 juni 2020 tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan
gijzelingworden toegepast voor de duur van
23 (drieëntwintig) dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Gelast de tenuitvoerleggingvan de bij genoemd vonnis van 28 januari 2019 met parketnummer 13/190314-18 opgelegde voorwaardelijke straf, namelijk een
gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden.
verlengtin de zaak met parketnummer 09/842247-18
de proeftijd met 1 (één) jaar.