Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , te [plaatsnaam] , eiseres (hierna: [eiseres] )
Procesverloop
.
Overwegingen
233 m².
Beslissing
€ 525,-;
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
Rechtbank Amsterdam
De heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam stelde de WOZ-waarde van een vrijstaande woning uit 1927 vast op €2.626.500,- voor het jaar 2016. Na bezwaar werd deze verlaagd naar €2.169.500,-. Eiseres betwistte deze waarde en stelde onder meer dat de oppervlakte van de woning onjuist was vastgesteld en dat de erfpachtcorrectie niet correct was toegepast. De rechtbank oordeelde dat de vergelijkingsobjecten waarop de heffingsambtenaar zich baseerde geschikt waren en dat de oppervlakte van de woning juist was vastgesteld op 237 m², zoals blijkt uit recente meetrapporten.
De rechtbank verwierp het beroep op het vertrouwensbeginsel met betrekking tot een eerdere uitspraak over oppervlakte en oordeelde dat de erfpachtcorrectie op zorgvuldige wijze was berekend. Verder wees de rechtbank het beroep af dat de heffingsambtenaar niet voldoende had gemotiveerd, aangezien in de bestreden uitspraak een gemotiveerd standpunt was ingenomen. Ook het beroep op een eenmalige algemene verlaging van 2% op de WOZ-waarde voor een ander belastingjaar werd verworpen, conform eerdere jurisprudentie.
De rechtbank stelde vast dat de redelijke termijn voor de bezwaar- en beroepsprocedure was overschreden met ongeveer negen maanden. Daarom werd een schadevergoeding van €1.000,- toegekend aan eiseres. Daarnaast werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. Het beroep werd ongegrond verklaard en de WOZ-waarde bleef gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard, maar eiseres krijgt een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.