Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Waardering van het bewijs
4.Bewezenverklaring
5.Bewijs
6.Strafbaarheid van het feit
7.Strafbaarheid van de verdachte
8.Motivering van de straffen
9.De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvan
vijf (5) jaren.
EUR 5.241,83(vijfduizend tweehonderdeenenveertig euro en drieëntachtig eurocent), bestaande uit een bedrag van EUR 241,83 (tweehonderdeenenveertig euro en drieëntachtig eurocent) aan vergoeding van materiële schade en een bedrag van EUR 5.000,- (vijfduizend euro) aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (26 februari 2020) tot aan de dag van de algehele voldoening.
5.241,83(vijfduizend tweehonderdeenenveertig euro en drieëntachtig eurocent) te betalen, bestaande uit een bedrag van EUR 241,83 (tweehonderdeenenveertig euro en drieëntachtig eurocent) aan vergoeding van materiële schade en een bedrag van EUR 5.000,- (vijfduizend euro) aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (26 februari 2020) tot aan de dag van de algehele voldoening.
EUR 5.000,-(vijfduizend euro) aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (26 februari 2020) tot aan de dag van de algehele voldoening.
EUR 5.000,-(vijfduizend euro) aan vergoeding van immateriële schade te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (26 februari 2020) tot aan de dag van de algehele voldoening.