ECLI:NL:RBAMS:2020:5442
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd en verwijst bezwaarschrift ex art. 26 WAHV naar kantonrechter
Op 29 januari 2020 is aan veroordeelde een administratieve sanctie opgelegd tot betaling van €360,-, welke beschikking onherroepelijk is geworden. Na meerdere aanmaningen en verhogingen wegens niet-betaling is op 16 juli 2020 een dwangbevel uitgevaardigd dat op 21 juli 2020 aan veroordeelde is betekend.
Veroordeelde diende een bezwaarschrift in tegen het dwangbevel, stellende dat de bromfiets niet meer in zijn bezit was en dat hij deze opnieuw had geschorst. De officier van justitie stelde zich primair op het standpunt dat het bezwaarschrift niet ontvankelijk was omdat het feitelijk tegen de geldboete was gericht, en subsidiair dat het ongegrond was.
De rechtbank heeft in raadkamer vastgesteld dat de strafrechter niet bevoegd is om op het bezwaarschrift ex artikel 26 WAHV Pro te beslissen, maar dat deze bevoegdheid bij de kantonrechter ligt. Daarom verklaart de rechtbank zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de kantonrechter van de Rechtbank Amsterdam.
De beschikking is op 30 oktober 2020 in het openbaar uitgesproken door rechter L. Dolfing. Tegen deze beslissing staat beroep in cassatie open binnen veertien dagen na betekening.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd en verwijst het bezwaarschrift ex artikel 26 WAHV naar de kantonrechter.