ECLI:NL:RBAMS:2020:5332

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
30 oktober 2020
Publicatiedatum
3 november 2020
Zaaknummer
13/751617-20
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 22 OLWArt. 23 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel wegens vervalsing documenten

De rechtbank Amsterdam behandelde op 30 oktober 2020 een vordering tot overlevering van een persoon aan Spanje op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Rechtbank van Eerste Aanleg en Onderzoek nr. 1 te Coín. De verdachte, een Albanese zonder vaste verblijfplaats in Nederland, had schriftelijk afstand gedaan van zijn recht om gehoord te worden.

De rechtbank stelde de identiteit van de opgeëiste persoon vast en concludeerde dat het EAB voldeed aan de wettelijke vereisten van de Overleveringswet. Het strafbare feit betreft vervalsing van administratieve documenten en handel in valse documenten, opgenomen in bijlage 1 van de Overleveringswet, waardoor onderzoek naar dubbele strafbaarheid achterwege kon blijven.

De rechtbank oordeelde dat geen weigeringsgronden aanwezig waren en verleende toestemming voor overlevering aan de Spaanse autoriteiten. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de verdachte aan Spanje toe op grond van het Europees aanhoudingsbevel.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751617-20
RK nummer: 20/3947
Datum uitspraak: 30 oktober 2020
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet Pro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 20 augustus 2020 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 1 juli 2020 door de Rechtbank van Eerste Aanleg en Onderzoek nr. 1 te Coín (Spanje) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] (Albanië) op [geboortedag] 1988,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
uit anderen hoofde gedetineerd in de [plaats detentie] ,
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 16 oktober 2020. De opgeëiste persoon heeft schriftelijk afstand gedaan van zijn recht om op de vordering te worden gehoord. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft. De raadsvrouw van de opgeëiste persoon, mr. E.K.B. Bijl (waarnemend voor mr. F.W.D. Siccama, beiden advocaat te Duivendrecht) heeft verklaard door de opgeëiste persoon te zijn gemachtigd. De raadsvrouw heeft zich ter zitting gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Albanese nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een beschikking waarmee de opsporing en aanhouding wordt gedecreteerd, uitgevaardigd op 17 mei 2019 door, blijkens de e-mail van
the Magistrate-Judge of the Criminal Court number 8 of Malagavan 7 oktober 2020,
the Judge of the Examining Court number 1 of Coín, referentienummer: gerechtelijk vooronderzoek 201/2020.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Spaans recht strafbaar feit.
Dit feit is omschreven in onderdeel e) van het EAB en in de e-mail van
the Magistrate-Judge of the Criminal Court number 8 of Malagavan 7 oktober 2020, die contactpersoon is voor het Europees Justitieel Netwerk en die de door de uitvaardigende justitiële autoriteit gegeven informatie heeft doorgestuurd. Door de griffier gewaarmerkte fotokopieën van deze stukken zijn als bijlage aan deze uitspraak gehecht.

4.Strafbaarheid

Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW
Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit het strafbare feit heeft aangeduid als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Het feit valt op deze lijst onder nummer 23, te weten:
vervalsing van administratieve documenten en handel in valse documenten; vervalsing van betaalmiddelen.
Volgens de in rubriek c) van het EAB vermelde gegevens is op dit feit naar Spaans recht een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren gesteld.

5.Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.

6.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5 en 7 OLW.

7.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan de Rechtbank van Eerste Aanleg en Onderzoek nr. 1 te Coín (Spanje).
Aldus gedaan door
mr. H.P. Kijlstra, voorzitter,
mrs. M. van Mourik en J.H. Beestman, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. T. Smit, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 30 oktober 2020.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.