Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil ten gronde
4.Inleiding tot de beoordeling ex artikel 1018c lid 5 Rv
5.De beoordeling ex artikel 1018c lid 5 Rv
‘gewone’ situatiedat moet worden getoetst of eiser voldoet aan de ontvankelijkheidseisen van artikel 3:305a leden 1 tot en met 3 BW en de
uitzonderingssituatiezoals geregeld in artikel 3:305a lid 6 BW. In dat laatste geval volgt uit lid 6 dat alleen de ontvankelijkheidsvereisten van leden 1 en 3 gelden.
maar aan de eisen als gesteld in het zesde lidop grond van het zesde lid van dit artikel’.
Overeenkomstig de wens van de Stichtingen zal SOS in dit geding als exclusieve belangenbehartiger worden aangewezen. Zoals door de Stichtingen verzocht zal op grond van artikel 1018e lid 3 Rv worden bepaald dat EOK als “
niet aangewezen eiseres”proceshandelingen zal mogen verrichten, met dien verstande dat deze beperkt zullen moeten zijn tot de belangen van kinderen, overeenkomstig haar statutaire doel.