De rechtbank Amsterdam behandelde op 7 mei 2020 de vordering tot overlevering van een persoon aan Duitsland op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Amtsgericht Aachen. De verdachte, met de Nederlandse nationaliteit en zonder vaste verblijfplaats, werd verdacht van georganiseerde of gewapende diefstal volgens Duits recht.
De raadsman van de verdachte stelde dat er geen weigeringsgronden voor overlevering aanwezig waren. De rechtbank stelde vast dat de identiteit van de verdachte correct was en dat de feiten strafbaar zijn volgens zowel Duits als Nederlands recht, waarbij de dubbele strafbaarheid niet nader onderzocht hoefde te worden vanwege opname van het feit in bijlage 1 van de Overleveringswet.
De Duitse autoriteiten gaven een terugkeergarantie dat, indien de verdachte tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wordt veroordeeld, deze straf in Nederland mag worden uitgezeten. De rechtbank achtte deze garantie voldoende en concludeerde dat aan alle wettelijke vereisten was voldaan. Daarom werd de overlevering toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.