ECLI:NL:RBAMS:2020:5185
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot vergoeding kosten rechtsbijstand na onvoorwaardelijk sepot op drugszaken
Verzoeker heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 530 Wetboek Pro van Strafvordering tot vergoeding van kosten voor zijn raadsvrouw en de kosten voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift. Dit verzoek volgde op een onvoorwaardelijk sepot door het Openbaar Ministerie in een zaak waarin verzoeker was aangehouden op verdenking van Opiumwetdelicten.
Het Openbaar Ministerie verzette zich tegen de vergoeding omdat de zaak volgens hen bewijsbaar was en het sepot op grond van beleidsredenen was gegeven. De rechtbank oordeelde echter dat ondanks de belastende omstandigheden in het dossier, niet kon worden geconcludeerd dat de kosten van rechtsbijstand voor rekening van verzoeker moesten blijven, mede omdat verzoeker de politiebevindingen betwistte.
De rechtbank stelde dat er gronden van billijkheid aanwezig zijn om de vergoeding toe te kennen en wees de gevorderde bedragen toe. De beslissing werd in openbare zitting uitgesproken en tegen deze beschikking staat hoger beroep open.
Uitkomst: Rechtbank kent vergoeding toe voor kosten raadsvrouw en verzoekschrift na onvoorwaardelijk sepot.