ECLI:NL:RBAMS:2020:5183
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding kosten raadsvrouw na onvoorwaardelijk sepot vernielingszaak brandalarm
Verzoeker woonde in een opvanghuis waar op 26 november 2019 het brandalarm afging. Tijdens het proberen het alarm uit te zetten ontstond schade aan de brandkast. De stichting deed aangifte van vernieling, maar trok deze later in na een klachtprocedure. Verzoeker werd gehoord en gaf aan geen vernielingsintentie te hebben gehad.
Het Openbaar Ministerie sepotte de zaak onvoorwaardelijk op 11 juni 2020. Verzoeker vroeg op grond van artikel 530 Sv Pro vergoeding voor de kosten van zijn raadsvrouw en het verzoekschrift. De rechtbank oordeelde dat het sepot een einde van de zaak vormde en dat geen sprake was van een onmiskenbare veroordeling wegens opzettelijke vernieling.
De rechtbank wees het verzoek toe en kende een vergoeding van €1.513,47 toe voor de kosten van de raadsvrouw en €550,- voor het verzoekschrift. De beslissing werd op 9 september 2020 uitgesproken door rechter H.E. Hoogendijk. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open.
Uitkomst: De rechtbank kent vergoeding toe voor de kosten van de raadsvrouw en het verzoekschrift na onvoorwaardelijk sepot.