Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
1. poging moord / poging doodslag van [slachtoffer 1] op 25 januari 2020 te Amsterdam
2. vernieling en beschadiging van de auto van [slachtoffer 2] op 25 januari 2020 te Amsterdam
3.Waardering van het bewijs
4.Bewezenverklaring
op 25 januari 2020 te Amsterdam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven te beroven, met een vuurwapen meerdere kogels/hagel heeft afgevuurd op en in de richting van het lichaam van voornoemde [slachtoffer 1] , terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2.
op 25 januari 2020 te Amsterdam, opzettelijk en wederrechtelijk de A-stijl en voorruit van een auto (merk Nissan, type Micra), toebehorende aan [slachtoffer 2] , heeft vernield en beschadigd.
5.De strafbaarheid van de feiten
6.De strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straffen en maatregelen
8.Beslag
9.Ten aanzien van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
begroot conform het ‘Liquidatietarief rechtbanken en gerechtshoven’), uitgaande van het toegewezen bedrag aan schadevergoeding, bepalen op € 1.447,50 (2,5 punten à € 579,- , waarvan één voor het opstellen en indienen van het voegingsformulier en anderhalf voor het bijwonen van de zittingen).
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
poging tot doodslag
[verdachte], daarvoor strafbaar.
4 (vier) jaren.
[slachtoffer 1]toe tot een bedrag van
€ 4.358,95(
vierduizend driehonderdachtenvijftig euro en vijfennegentig eurocent) aan vergoeding van materiële schade en
€ 15.000(
vijftienduizend euro) aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 25 januari 2020 tot aan de dag van voldoening.
[slachtoffer 1]voornoemd.
€ 1.447,50 (veertienhonderdzevenveertig euro en vijftig eurocent).
[slachtoffer 1]aan de Staat
€ 19.358,95(
negentienduizend driehonderdachtenvijftig euro en vijfennegentig eurocent) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 25 januari 2020 tot aan de dag van voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van
131 dagen.
[slachtoffer 2]toe tot een bedrag van
€ 547,91(
vijfhonderdzevenenveertig euro en eenennegentig eurocent) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 25 januari 2020 tot aan de dag van voldoening.
[slachtoffer 2]voornoemd.
[slachtoffer 2]aan de Staat
€ 547,91(
vijfhonderdzevenenveertig euro en eenennegentig eurocent) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 25 januari 2020 tot aan de dag van voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van
10 dagen.