Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
zaak A) en 13/730065-17 (
zaak B) (
ter terechtzitting gevoegd)
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
aak A)
aak B)
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
- [slachtoffer 2] heeft onder meer de volgende aantekeningen gemaakt in haar agenda:
- 6 februari 2015: “Er is geen enkele situatie meer die me nog vrolijk kan maken. Binnenkort moet ik weer werken, alweer ver weg van huis. [verdachte] zal weer paradijselijk leven hebben: tenslotte zal ik niet bij hem zitten. Hij kan dan alles doen waar hij zin in heeft. Mij heeft hij niet nodig.”
- 7 februari 2015: “Hele dagen zit ik in mijn eentje, ik kan geen eens een praatje met iemand maken. Lucht ben ik voor hem nu. Mij en poen, poen is het enige waar hij nog om geeft.”
- 13 februari 2015: “Ik ben aan het einde van mijn Latijn. Wat rampzalig om te zien hoeveel je accepteert in het belang van twee mensen. Nul leven, opsluiting in een kooi, en alleen maar werken, werken en werken.”
de rechtbank begrijpt 2011] weer aan het werk in de [naam werkgever] ; [24]
de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 2]] een paar jaar geleden leerde kennen in het Red Light District te Alkmaar. Toen hij haar een paar weken later zag, zag [slachtoffer 2] er ongelukkig uit en vertelde ze dat ze was mishandeld door haar vriend, waarna ze een grote kale plek op haar hoofd liet zien en vertelde dat haar vriend haar uit haar hoofd had getrokken. [naam getuige 3] zag blauwe plekken in haar hals en op haar armen. [naam getuige 3] heeft [slachtoffer 2] afgezet bij het politiebureau te Amsterdam om aangifte te doen. [34]
de rechtbank begrijpt: in 2005] een relatie met verdachte kreeg. Zij ging met hem samenwonen in Nederland en hij regelde alles voor haar om in de prostitutie te kunnen werken. Ze kende de taal niet, kon met niemand contact hebben, werd constant in de gaten gehouden en kon niets weigeren. Verdachte terroriseerde haar. Als hij [naam getuige 4] niet kon pakken, uitte hij zijn woede op haar hond. Verdachte nam al het geld dat zij verdiende af. [35]
zaak A, feit 1) en [slachtoffer 3] (
zaak B). Kortgezegd heeft zij hiertoe aangevoerd dat er geen redengevend steunbewijs is voor het gebruik van dwangmiddelen en uitbuiting door verdachte. Geen van de ten laste gelegde mensenhandelfeiten wordt zelfstandig gefundeerd met voldoende bewijsmateriaal, waardoor er ook geen ruimte is voor gebruik van schakelbewijs.
5.Bewezenverklaring
zaak A)
zaak B)
6.Het bewijs
7.De strafbaarheid van de feiten
8.De strafbaarheid van verdachte
9.Motivering van de straffen en maatregelen
10.Beslag
11.Ten aanzien van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
12.Toepasselijke wettelijke voorschriften
13.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvan
66 (zesenzestig) maanden.
teruggaveaan verdachte, [verdachte] , van:
€ 222.350,- (tweehonderdtweeëntwintigduizenddriehonderdvijftig euro)aan [slachtoffer 2] voornoemd, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 9 augustus 2015 tot aan de dag van de algehele voldoening.
€ 225.300,00 (tweehonderdvijfentwintigduizenddriehonderd euro)aan [slachtoffer 3] voornoemd, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 15 december 2009 tot aan de dag van de algehele voldoening.