Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Procesgang
2.Inhoud van het klaagschrift
3.Het standpunt van het Openbaar Ministerie
4.Beoordeling
5.Beslissing
ongegrond.
Rechtbank Amsterdam
Klager verzocht om teruggave van een geldbedrag van € 25.825, een bromfiets, koptelefoon en rugtas die in 2015 en recentelijk in 2020 in beslag zijn genomen in verband met een ontnemingszaak. Klager betwistte de ontnemingsvordering en stelde dat het belang om over zijn geld en goederen te beschikken zwaarder weegt dan het strafvorderlijk belang.
Het Openbaar Ministerie stelde zich op het standpunt dat het conservatoir beslag gerechtvaardigd is vanwege de lopende ontnemingszaak, waarin een wederrechtelijk verkregen voordeel van € 69.188,74 is vastgesteld. Er is een machtiging van de rechter-commissaris voor het beslag en het is niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter de ontnemingsmaatregel zal opleggen.
De rechtbank oordeelde dat het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vereist. De bewering dat klager afstand had gedaan van de goederen werd verworpen omdat de lijst met goederen onbetwist is en het proces-verbaal onjuist is op dat punt. Het klaagschrift werd daarom ongegrond verklaard. Klager kan tegen deze beschikking beroep in cassatie instellen.
Uitkomst: Het klaagschrift tot teruggave van het conservatoir beslag wordt ongegrond verklaard.