ECLI:NL:RBAMS:2020:4831
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vergoeding kosten raadsman en verzoekschrift toegekend na onvoorwaardelijk sepot in drugszaak
Verzoekster, betrokken bij een grote drugszaak via haar broer, diende een verzoek in op grond van artikel 530 Wetboek Pro van Strafvordering voor vergoeding van advocaatkosten en kosten van het verzoekschrift. De strafzaak tegen haar werd onvoorwaardelijk geseponeerd op 28 november 2019.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek tijdig was ingediend en dat er gronden van billijkheid waren om de vergoeding toe te kennen. De opgevoerde kosten van de raadsman werden onderbouwd met een urenspecificatie en toelichting. De officier van justitie verzette zich niet tegen de toekenning van de gevraagde bedragen.
De rechtbank kende verzoekster een vergoeding van €980,10 toe voor de advocaatkosten en een standaardvergoeding van €550 voor het opstellen, indienen en behandelen van het verzoekschrift. De beschikking werd op 13 augustus 2020 in het openbaar uitgesproken door rechter C.M. Degenaar.
Uitkomst: De rechtbank kent verzoekster een vergoeding toe van €980,10 voor advocaatkosten en €550 voor het verzoekschrift na onvoorwaardelijk sepot.