ECLI:NL:RBAMS:2020:4552
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding voor onrechtmatige voorlopige hechtenis en kosten verzoekschrift
Verzoeker werd op 25 juni 2018 aangehouden en in verzekering gesteld op verdenking van een zedenfeit. De voorlopige hechtenis duurde tot 21 november 2018, waarna deze werd geschorst. Op 25 februari 2020 werd verzoeker vrijgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank.
Verzoeker diende een verzoek in op grond van artikel 533 Sv Pro voor een schadevergoeding wegens de ondergane voorlopige hechtenis en een verzoek op grond van artikel 530 Sv Pro voor vergoeding van kosten van het verzoekschrift. De rechtbank oordeelde dat de voorlopige hechtenis onrechtmatig was verlengd doordat ontlastende informatie niet tijdig was verwerkt door het Openbaar Ministerie.
Gelet op de bijzondere persoonlijke omstandigheden van verzoeker, waaronder zijn kwetsbaarheid door een licht verstandelijke beperking en traumatische ervaringen, achtte de rechtbank een hogere vergoeding dan de standaardvergoeding billijk. De rechtbank kende daarom een vergoeding van €24.160 toe voor de schade door de voorlopige hechtenis en €550 voor de kosten van het verzoekschrift.
Uitkomst: Verzoeker krijgt een schadevergoeding van €24.160 en €550 voor proceskosten toegekend wegens onrechtmatige voorlopige hechtenis.