ECLI:NL:RBAMS:2020:447

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
20 januari 2020
Publicatiedatum
28 januari 2020
Zaaknummer
1098558 / FA RK 20.165
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 WvggzArt. 3:3 Wvggz
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening machtiging tot voortzetting van crisismaatregel op grond van Wvggz

De officier van justitie verzocht om verlenging van een op 16 januari 2020 opgelegde crisismaatregel tegen betrokkene, die lijdt aan een bipolaire 1 stoornis met manisch psychotische decompensatie. Tijdens de mondelinge behandeling gaf betrokkene aan zo snel mogelijk naar huis te willen, maar de rechtbank concludeerde op basis van medische verklaringen en het gedrag van betrokkene dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.

De rechtbank oordeelde dat het hinderlijk en agressief gedrag van betrokkene een acuut maatschappelijk gevaar vormt en de veiligheid van personen en goederen bedreigt. De voorgestelde zorgmaatregelen, waaronder opname, medicatie, medische controles en beperking van bewegingsvrijheid, zijn noodzakelijk en evenredig om het nadeel af te wenden. Betrokkene verzet zich tegen deze zorg, en er zijn geen minder bezwarende alternatieven.

De rechtbank besloot de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel toe te wijzen voor een periode van drie weken, waarbij de toediening van vocht en voeding niet verplicht wordt omdat betrokkene zich hier niet tegen verzet. De beschikking werd op 20 januari 2020 gegeven en op 27 januari 2020 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/678505 / FA RK 20/165
kenmerk: 1098558
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Beschikking van 20 januari 2020naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot verlenging van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene]
geboren op [geboortedatum 1] 1982 te [geboorteplaats] (Afghanistan),
zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. M.C.A. Nijenhuis-Schoutsen te Velp.

1.Procesverloop

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 17 januari 2020, heeft de officier van justitie verzocht om verlenging van de op 16 januari 2020 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel d.d. 16 januari 2020;
  • de medische verklaring d.d. 16 januari 2020.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 20 januari 2020, in het gebouw van de GGZ inGeest, locatie De Nieuwe Valeriuskliniek.
Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door een tolk in de taal Farsi;
- advocaat betrokkene mr. M.C.A. Nijenhuis-Schoutsen;
- behandelend arts, mw. V. Dionys.
Omdat een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig is, is de officier van justitie niet ter zitting verschenen.

2.Beoordeling

2.1.
Betrokkene heeft tijdens de mondelinge behandeling meegedeeld dat hij het liefst zo snel mogelijk naar huis wil gaan.
2.2.
De advocaat van betrokkene heeft zich ter zitting gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
2.3.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het ernstig nadeel dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van een ander oproept, dat betrokkene acuut maatschappelijk te gronde zal gaan en dat hij vanuit psychotische overtuigingen de algemene veiligheid van personen en goederen in gevaar brengt. Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van een manisch psychotische decompensatie in het kader van een bipolaire 1 stoornis. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
2.4.
De rechtbank is van oordeel dat een deel van de in de crisismaatregel genoemde vormen van zorg, te weten opnemen in een accommodatie, toedienen van medicatie, verrichten van medische controles, andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, beperken van de bewegingsvrijheid en insluiten, noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden. Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.5.
De rechtbank zal de verplichte zorg in de vorm van toediening van vocht en voeding niet toewijzen, nu niet is gebleken dat betrokkene zich verzet tegen de aangeboden dranken en maaltijden.
2.6.
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief
(artikel 3:3). Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.7.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

3.Beslissing

De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum 1] te [geboorteplaats] (Afghanistan), voor zover het de in rechtsoverweging 2.4 genoemde vormen van zorg betreft;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 10 februari 2020.
Deze beschikking is gegeven op 20 januari 2020 door mr. G.M. Beunk, rechter, bijgestaan door J. Koomen als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2020.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open
.