Op 21 april 2019 probeerde een 22-jarige man samen met een ander in te breken in een bedrijfspand in Amsterdam-Centrum, waarbij zij een toegangsdeur forceerden. Verdachte werd ook veroordeeld voor het bezit van cocaïne en MDMA-pillen, het overtreden van een gebiedsverbod in juni 2019 en het helen van sportkleding in oktober 2019.
De rechtbank sprak verdachte vrij van meerdere ten laste gelegde feiten wegens onvoldoende bewijs, waaronder inbraakpogingen en diefstal in andere zaken. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte de poging tot inbraak en vernieling van de toegangsdeur heeft gepleegd, evenals het bezit van drugs, het overtreden van het gebiedsverbod en het opzethelen van gestolen sportkleding.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 180 dagen op, waarvan 160 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De ISD-maatregel werd niet opgelegd vanwege de positieve ontwikkeling van verdachte en het ontbreken van recente justitiecontacten. De rechtbank hield rekening met het strafblad en het reclasseringsadvies, maar vond een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet passend.
Daarnaast werd een eerder opgelegde straf niet opnieuw ten uitvoer gelegd en werd beslag op €402 teruggegeven aan verdachte. Het vonnis is gewezen door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Amsterdam op 26 augustus 2020.