ECLI:NL:RBAMS:2020:4133
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens gebrek aan bewijs beschikkingsmacht vuurwapen en munitie
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het voorhanden hebben van een pistool en munitie in de periode mei 2020. De officier van justitie stelde dat verdachte zich bewust was van het wapen en hierover beschikkingsmacht had. De verdediging betwistte dit en stelde dat beschikkingsmacht niet kon worden bewezen.
Tijdens de terechtzitting op 6 augustus 2020 werd vastgesteld dat het wapen in een tas lag in de auto waarin verdachte zat met een medeverdachte. In de tas bevonden zich ook persoonlijke eigendommen van de medeverdachte. DNA-onderzoek koppelde het wapen aan de medeverdachte, niet aan verdachte. Een foto waarop verdachte een vergelijkbare tas draagt, was onvoldoende bewijs dat het wapen zich toen al in die tas bevond.
De rechtbank concludeerde dat hoewel verdachte wist van het wapen, niet bewezen kon worden dat hij beschikkingsmacht had over het wapen en de munitie. Mede doordat de medeverdachte verklaarde eigenaar te zijn, sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastelegging.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van beschikkingsmacht over het vuurwapen en munitie.