Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
bijlage Idie aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3.Waardering van het bewijs
Standpunt van de verdediging ten aanzien van zaak B
track and tracenummer gevonden dat hoort bij de bestelling voor [slachtoffer 2] .
track and tracevan PostNL [nummer] met postcode [postcode] is teruggevonden in de iPhone met goednummer 5869503.
track and tracecode verstuurt waarin de postcode [postcode] wordt genoemd, zijnde de postcode van het adres [adres buurvrouw] . Op 14 november 2018 stuurt hij berichten met de teksten “ [naam 9] ” en “is je naam”. Deze naam wordt op 15 november 2018 nog eens verstuurd. Ook wordt op 15 november 2018 gestuurd “nee we hadden naar voda gebeld”. Op 16 november 2018 stuurt verdachte het bericht “die andere2 komen vandaag”. Ten slotte stuurt hij op 16 november 2018 een bericht naar contactpersoon ‘ [contactpersoon] ’ met daarin een
track and tracecode.
track and tracecode. Verdachte wist dat de pakketjes op 16 november 2018 zouden worden geleverd en heeft gezegd dat hij die komt ophalen. Vervolgens komt hij net na de bezorging van de pakketten het huis op adres [adres buurvrouw] binnenlopen.
4.Bewezenverklaring
bijlage IIvervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte
track and trace) code) laten zien, waardoor die postbezorger het postpakket met daarin die mobiele telefoon heeft afgegeven;
5.Strafbaarheid van de feiten
6.Strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straffen en maatregelen
8.Beslag
9.Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvan
vier jaren.
€ 8.868,45(zegge: achtduizend achthonderdachtenzestig euro en vijfenveertig eurocent) te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade, te weten 30 december 2019, tot aan de dag van de algehele voldoening. Het voornoemde bedrag bestaat voor een deel, groot € 1.368,45, uit materiële schade en voor een deel, groot € 7.500,-, uit immateriële schade.
overige niet-ontvankelijkin zijn vordering is.
€ 8.868,45(zegge: achtduizend achthonderdachtenzestig euro en vijfenveertig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade, te weten 30 december 2019, tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal kan
gijzelingworden toegepast tot een maximum van
79 dagen, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.