ECLI:NL:RBAMS:2020:3730
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorziening huurbetaling winkelruimte tijdens coronapandemie
De zaak betreft een geschil tussen een verhuurder en huurder van een winkelruimte in verband met huurbetalingen tijdens de coronapandemie. De huurder heeft de winkel vanwege overheidsmaatregelen en gezondheidsrisico's gesloten en slechts gedeeltelijk huur betaald over de maanden april tot en met juni 2020.
De verhuurder vordert betaling van de volledige achterstallige huur, incassokosten en contractuele boetes. De huurder beroept zich op onvoorziene omstandigheden door de pandemie en stelt dat de huurprijs verminderd moet worden tot 50% voor genoemde maanden.
De kantonrechter oordeelt dat de coronacrisis als onvoorziene omstandigheid kan worden aangemerkt en dat het redelijk is dat de huurder niet de volledige huur hoeft te betalen. Gezien het ontbreken van voldoende inzicht in de financiële situatie van de huurder en het feit dat de winkel eerder had kunnen openen, wordt voorlopig bepaald dat 50% van de huur verschuldigd is. De contractuele boetes worden afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Huurder hoeft voorlopig slechts 50% van de huur over april-juni 2020 te betalen, met rente en incassokosten, boetes afgewezen.