Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
vonnis van de kantonrechter
[eiser]
[gedaagde]
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
- de dagvaarding van 4 november 2019, met producties;
- de conclusie van antwoord, met producties;
- het instructievonnis van 27 januari 2020;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek;
- de dagbepaling vonnis.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Feiten
“Bijgaand deze factuur, na betaling daarvan aan het onderzoek kan worden begonnen. (…) Vanaf het moment dat we kunnen starten, kunnen we binnen drie maanden het rapport leveren, zo hebben we afgesproken.”
“Uw factuur ontbrak. Wilt u deze nog even doorzetten? Ik kreeg overigens van de heer [naam 1] een voorschotfactuur op mijn naam. Maar dat is natuurlijk niet de bedoeling. Ik ben niet de opdrachtgever en het gaat niet om een voorschotfactuur, maar een vaste prijsafspraak tussen u en [eiser] die betaalt wordt via zijn pleegvader. De nota’s moeten dus al ten name van [eiser] komen te staan. (…)”
“4.6 (…) het standpunt van de gz-psycholoog( [gedaagde] , ktr)
dat een verdachte niet zelf opdracht kan geven tot het verrichten van een onderzoek door een deskundige berust op een onjuiste rechtsopvatting. (…)4.7 Nu klager( [eiser] , ktr)
wel degelijk als de opdrachtgever van het onderzoek kon worden beschouwd, en hij dit ook aan de GZ-psycholoog kenbaar had gemaakt, had de gz-psycholoog de opzegging van de overeenkomst door klager bij brief van 9 december 2015 (…) moeten accepteren. De gz-psycholoog had de opzegging niet mogen negeren.4.8 Uit het voorgaande volgt dat de gz-psycholoog naar het oordeel van het Centraal Tuchtcollege op meerdere punten is tekortgeschoten jegens klager. De gz-psycholoog heeft de termijn waarbinnen hij aan klager zou rapporteren, welke termijn ruimer was dan in de beroepsgroep als norm of standaard is aanvaard, zonder schriftelijke kennisgeving en zonder opgaaf van redenen in ruime mate overschreden. Hij heeft daarbij onvoldoende oog gehad voor het belang van klager die voor een voor hem belangrijke door het gerechtshof te nemen beslissing van het rapport van de gz-psycholoog afhankelijk was. Op het moment dat de klager de overeenkomst met de gz-psycholoog opzegde, heeft de gz-psycholoog die opzegging genegeerd en het rapport voltooid en naar klagers advocaat verstuurd, terwijl de advocaat van klager hem reeds had bericht dat hij zich tot klager als opdrachtgever behoorde te wenden. Ter zitting bij het Centraal Tuchtcollege heeft de gz-psycholoog verklaard nog steeds achter zijn handelswijze te staan. De gestelde termijn was slechts een streefdatum. Ten aanzien van het opdrachtgeverschap had hij geen juridisch advies behoeven in te winnen, omdat het hier een principekwestie betrof, aldus de gz-psycholoog ter zitting. Door zich aldus op te stellen heeft de gz-psycholoog onvoldoende blijk gegeven van het vermogen tot reflecteren op eigen handelen. (…)”
Geschil
a. € 2.420,00 aan hoofdsom;
b. € 363,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;
c. rente over € 2.420,00 vanaf 4 november 2019;
d. de proceskosten.
Beoordeling
BESLISSING
€ 81,00 voor het griffierecht
€ 360,00 voor salaris gemachtigde
---------
€ 441,00 voor zover van toepassing, inclusief btw;