Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procesgang
2.De inhoud van het klaagschrift
3.Het standpunt van het Openbaar Ministerie
4.De beoordeling
5.De beslissing
gegrond.
gelast de teruggavevan het rijbewijs aan klager [naam klager] .
Rechtbank Amsterdam
Op 1 februari 2020 werd het rijbewijs van klager ingevorderd vanwege een snelheidsovertreding van 53 km/u boven de toegestane 50 km/u in Amsterdam. De officier van justitie besloot het rijbewijs vier maanden in te houden tot uiterlijk 31 mei 2020. Klager diende een klaagschrift in op grond van artikel 164 lid 8 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, waarin hij zijn werkzaamheden toelichtte en het belang van het rijbewijs benadrukte.
De officier van justitie verzette zich niet tegen de teruggave, mede gelet op het feit dat klager nog geen ontzegging van rijbevoegdheid had gekregen en dat bij een eventuele veroordeling waarschijnlijk een deels voorwaardelijke ontzegging zou worden opgelegd. De rechtbank overwoog dat de inhouding rechtmatig was, maar dat gezien de persoonlijke omstandigheden en het vermoeden van een korte ontzegging, de inhouding langer was dan redelijk.
Daarom verklaarde de rechtbank het beklag gegrond en gelastte de teruggave van het rijbewijs. Tegen deze beschikking staat klager beroep in cassatie bij de Hoge Raad open binnen veertien dagen na betekening.
Uitkomst: De rechtbank gelast de teruggave van het rijbewijs na inhouding wegens een forse snelheidsovertreding.