Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Procesgang
2.Inhoud van het klaagschrift
3.Standpunt van het Openbaar Ministerie
4.De beoordeling
5.De beslissing
niet-ontvankelijkin zijn beklag ten aanzien van:
ongegrondten aanzien van:
Rechtbank Amsterdam
Op 9 december 2019 zijn diverse goederen in beslag genomen bij klager, verdacht van overtreding van artikel 3 jo Pro. 11 Opiumwet. Klager diende een klaagschrift in tot teruggave van onder meer een horloge, telefoon, geldbedrag, kentekenplaten, huissleutels, vuilnispasje en een drukpers.
De rechtbank constateerde dat de huissleutels en telefoon reeds waren teruggegeven, waardoor het beslag daarop was geëindigd. Ten aanzien van het horloge, geldbedrag en vuilnispasje was geen beslag gelegd, zodat het klaagschrift daarvoor niet-ontvankelijk werd verklaard. Het biljet van € 20,- was niet in beslag genomen, maar mogelijk gestolen door verbalisanten.
De rechtbank beoordeelde het voortduren van het beslag op de kentekenplaten en drukpers. De kentekenplaten waren als vermist/gestolen geregistreerd en de drukpers werd verdacht te zijn gebruikt voor het persen van hasj. Klager stelde dat de pers antiek was, maar dit werd niet onderbouwd. De rechtbank oordeelde dat het niet onwaarschijnlijk is dat de strafrechter de onttrekking aan het verkeer zal opleggen, zodat het beslag mocht voortduren.
Het klaagschrift werd daarom ten aanzien van de kentekenplaten en drukpers ongegrond verklaard. Tegen deze beschikking staat beroep in cassatie open.
Uitkomst: Het klaagschrift wordt deels niet-ontvankelijk verklaard en deels ongegrond verklaard, waardoor het beslag op de kentekenplaten en drukpers blijft gehandhaafd.