ECLI:NL:RBAMS:2020:3641
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toekenning van vergoeding voor schade door onrechtmatige inverzekeringstelling en kosten raadsman
Verzoekster werd op 9 november 2016 aangehouden en in verzekering gesteld op verdenking van witwassen. Na beëindiging van de strafzaak op 19 november 2019 diende zij een verzoek in tot vergoeding van schade wegens de ondergane inverzekeringstelling en de kosten van haar raadsman.
De rechtbank stelde vast dat verzoekster twee dagen in verzekering heeft gezeten en kende daarvoor een vergoeding toe van €260,-. De gevraagde immateriële schadevergoeding van €9.000,- werd afgewezen omdat niet kon worden vastgesteld dat de klachten direct het gevolg waren van de detentie of het politieoptreden. Wel werd een vergoeding van €436,- toegekend voor de kosten van de raadsman en €550,- voor het opstellen en behandelen van het verzoekschrift. De gevraagde kopieerkosten van €85,60 werden niet toegewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De beslissing werd genomen zonder mondelinge behandeling vanwege de coronacrisis. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open binnen een maand na betekening.
Uitkomst: Verzoekster ontvangt een vergoeding van €1.246,- voor schade door inverzekeringstelling en kosten raadsman, overige verzoeken worden afgewezen.