ECLI:NL:RBAMS:2020:3638

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
3 juni 2020
Publicatiedatum
23 juli 2020
Zaaknummer
19/5301
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552a SvArt. 94 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking op klaagschrift tot teruggave van in beslag genomen geld en simkaart

Op 4 september 2019 vond een doorzoeking plaats in de woning van klager waarbij geldbedragen en een simkaart in beslag werden genomen. Klager was geen verdachte in de strafzaak en stelde dat hij de goederen rechtmatig bezat en niet door een strafbaar feit had verkregen. Het klaagschrift strekte tot teruggave van de in beslag genomen goederen.

De officier van justitie gaf aan geen bezwaar te hebben tegen teruggave van de geldbedragen en de simkaart, maar had de beslissing tot teruggave van het geld nog niet schriftelijk vastgelegd, waardoor klager nog niet over het geld kon beschikken. De rechtbank ontving schriftelijke standpunten van beide partijen en besloot de behandeling zonder zitting te laten plaatsvinden vanwege de coronacrisis.

De rechtbank oordeelde dat het klaagschrift gegrond is omdat het belang van de strafvordering zich niet verzet tegen teruggave. De beslissing tot teruggave van de geldbedragen wordt gelast en ook de simkaart wordt teruggegeven. Hiermee wordt klager in zijn rechten hersteld en wordt het beslag opgeheven.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het klaagschrift gegrond en gelast de teruggave van de in beslag genomen geldbedragen en simkaart aan klager.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
RK: 19/5301
Beschikking op het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[naam klager] ,
geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats] ,
woonplaats kiezend op het kantooradres van zijn raadsman,
mr. R.H. Bouwman,
[kantooradres] ,
klager, tevens beslagene.

1.Procesgang

Het klaagschrift is op 17 september 2019 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
In verband met de coronacrisis heeft de geplande zitting op 28 april 2020 niet plaatsgevonden. Zowel de officier van justitie als de raadsman van klager hebben per e-mail aangegeven dat een behandeling van het bezwaarschrift zonder zitting kan plaatsvinden en dat volstaan kan worden met een uitwisseling van schriftelijke standpunten.
De rechtbank heeft op 30 april en 4 mei 2020 per e-mail de standpunten van de officier van justitie en de raadsman van klager ontvangen. Op 13, 18 en 20 mei 2020 heeft de rechtbank een nadere toelichting op de standpunten van de officier van justitie en de raadsman van klager ontvangen.

2.Inhoud klaagschrift

Het klaagschrift strekt tot teruggave aan klager van de bij hem in beslag genomen geldbedragen:
  • € 245,- (goednummer: [goednummer 1] );
  • € 1.800,- (goednummer: [goednummer 2] );
  • € 2.750,- (goednummer: [goednummer 3] ); en
  • Vodafone simkaart (goednummer: [goednummer 4] ).
De raadsman heeft het volgende in zijn klaagschrift opgenomen. Op 4 september 2019 heeft er in de woning van klager een doorzoeking plaatsgevonden. De doorzoeking was niet gericht tegen klager. In de slaapkamer van klager zijn echter geldbedragen aangetroffen ter waarde van in totaal € 4.795,-, welke in beslag zijn genomen, alsmede een simkaart. Klager is de rechtmatige eigenaar van het geldbedrag en de in beslag genomen simkaart. Klager heeft het geldbedrag noch de simkaart door enig strafbaar feit verkregen of onttrokken aan een rechthebbende. Ook is klager geen verdachte in de strafzaak waarvoor de doorzoeking plaatsvond.
Volgens klager wordt hij bezwaard door de inbeslagneming en het voortduren daarvan. De raadsman stelt zich op het standpunt dat het belang van strafvordering zich niet verzet tegen de gevraagde teruggave, nu er immers geen gerechtvaardigd onderzoeksbelang is om beslaglegging te laten voortduren.
Op 4 en 13 mei 2020 heeft de raadsman van klager aangegeven dat de officier van justitie heeft beslist tot teruggave van de in beslag genomen geldbedragen, maar dat deze beslissing niet op papier is gesteld. Derhalve kan klager nog niet over zijn geld beschikken. Op 20 mei 2020 heeft de raadsman van klager aangegeven dat hij verder persisteert bij zijn ingenomen standpunt ten aanzien van de in beslag genomen simkaart.

3.Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft per mail aangegeven dat er ten aanzien van de in beslag genomen geldbedragen een beslissing tot teruggave is genomen. Het klaagschrift moet ten aanzien van de geldbedragen ongegrond worden verklaard. Verder heeft de officier van justitie aangegeven dat zij geen bezwaar heeft tegen het retourneren van de in beslag genomen simkaart.

4.Beoordeling

Uit de stukken en het verhandelde in raadkamer is het volgende gebleken.
Op
4 september 2019zijn op de voet van artikel 94 Sv Pro voornoemde geldbedragen en simkaart in beslag genomen.
Op 11 september 2019 heeft klager een klaagschrift ingediend.
De officier van justitie heeft verklaard zich niet te verzetten tegen teruggave van de in beslag genomen geldbedragen en simkaart aan klager. Nu de beslissing tot teruggave ten aanzien van de geldbedragen nog niet op schrift is gesteld en klager daarom nog niet over zijn geld kan beschikken, zal het beklag geheel gegrond worden verklaard.

5.Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
De rechtbank verklaart het beklag
gegronden
gelast de teruggavevan:
  • € 245,- (goednummer: [goednummer 1] );
  • € 1.800,- (goednummer: [goednummer 2] );
  • € 2.750,- (goednummer: [goednummer 3] ); en
  • Vodafone simkaart (goednummer: [goednummer 4] ),
aan klager
[naam klager] .
Deze beslissing is gegeven op 3 juni 2020 door
mr. L. Dolfing, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. C.T. St Rose griffier.