Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[klager] ,
De procesgang
De inhoud van het klaagschrift
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
De beoordeling
De beslissing
gegrond, voor zover de inhouding van het rijbewijs van klager voortduurt tot na 29 mei 2020.
Rechtbank Amsterdam
Klager diende een klaagschrift in tegen de inhouding van zijn rijbewijs na een ademtest die een alcoholgehalte van 705 µg/l aantoonde, wat hoger is dan de wettelijke limiet van 570 µg/l. Het rijbewijs was op 29 februari 2020 ingevorderd en op 4 maart 2020 werd besloten tot een inhouding van maximaal zes maanden.
Klager stelde dat hij het rijbewijs dringend nodig had voor zijn werk als chauffeur, waarbij hij pakketten bezorgt voor een bedrijf dat ballondecoraties levert. Door de coronamaatregelen was zijn werk veranderd, maar het belang van het rijbewijs was juist toegenomen. Ook wees hij op de onwenselijkheid van reizen met het openbaar vervoer vanwege gezondheidsrisico's voor zijn oudere ouders.
De officier van justitie verzette zich tegen onmiddellijke teruggave vanwege de ernst van het verkeersonveilige gedrag en de mogelijkheid van een langere ontzegging bij veroordeling. De rechtbank oordeelde dat de inhouding rechtmatig was, maar dat gelet op de persoonlijke omstandigheden en het belang van klager het rijbewijs na drie maanden inhouding, dus vanaf 29 mei 2020, moest worden teruggegeven. Het beklag werd gegrond verklaard voor zover de inhouding langer zou duren dan die datum.
De rechtbank wees erop dat de strafrechter alsnog een onvoorwaardelijke ontzegging kan opleggen die langer duurt dan de inhouding. Tegen deze beschikking staat beroep in cassatie open.
Uitkomst: Het rijbewijs van klager wordt teruggegeven vanaf 29 mei 2020 na drie maanden inhouding wegens alcoholgebruik.