ECLI:NL:RBAMS:2020:3571

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
21 juli 2020
Publicatiedatum
22 juli 2020
Zaaknummer
13/751578-19
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 47 SrArt. 3 OpiumwetArt. 11 OpiumwetArt. 2 OLWArt. 5 OLW
Verwijzingen
15 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel voor drugshandel

De rechtbank Amsterdam heeft op 21 juli 2020 uitspraak gedaan in een zaak betreffende de overlevering van een Nederlander aan Duitsland op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Het EAB was uitgevaardigd door de rechtbank van eerste aanleg in Geldern wegens een strafrechtelijk onderzoek naar illegale handel in verdovende middelen. De opgeëiste persoon erkende zijn identiteit en Nederlandse nationaliteit.

De rechtbank onderzocht de juridische grondslag en concludeerde dat het strafbare feit op de lijst van bijlage 1 bij de Overleveringswet valt, waardoor onderzoek naar dubbele strafbaarheid achterwege kan blijven. Tevens werd een garantie van de Duitse justitiële autoriteiten aanvaard dat bij een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf de opgeëiste persoon de straf in Nederland mag ondergaan.

De rechtbank oordeelde dat aan alle wettelijke eisen was voldaan en dat geen weigeringsgronden bestonden. Daarom werd de overlevering toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de Nederlander aan Duitsland toe op grond van het Europees aanhoudingsbevel.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751578-19
RK nummer: 20/580
Datum uitspraak: 21 juli 2020
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet Pro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 15 januari 2020 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 18 juni 2019 door de directeur van de rechtbank van eerste aanleg in Geldern (Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1961,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] [woonplaats] ,
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 7 juli 2020. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. M. Diependaal. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. L. Kleczewski, advocaat te Venlo.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd en heeft vervolgens de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, derde lid, OLW uitspraak moet doen voor onbepaalde tijd verlengd omdat zij die verlengingen nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een arrestatiebevel voor voorlopige hechtenis, uitgevaardigd door de rechtbank van eerste aanleg te Geldern op 27 november 2018.
Dossiernummer: 6 Gs – 204 Js 298/18 – 235/18.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Duits recht strafbaar feit.
Dit feit is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.

4.Strafbaarheid; feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW

Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit het strafbare feit heeft aangeduid als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Het feit valt op deze lijst onder nummer 5, te weten:
illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen.
Volgens de in rubriek c) van het EAB vermelde gegevens is op dit feit naar Duits recht een vrijheidsstraf met een maximum van tenminste drie jaren gesteld.

5.De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW

De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Zijn overlevering kan daarom alleen worden toegestaan, indien naar het oordeel van de rechtbank is gewaarborgd dat, zo hij ter zake van het feit waarvoor de overlevering kan worden toegestaan in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wordt veroordeeld, hij deze straf in Nederland zal mogen ondergaan.
De
Staatsanwältinvan de
Staatsanwaltschaft Kleveheeft bij e-mail van 24 juni 2020 de volgende garantie gegeven:
referring to your E-Mail dated 23th June, 2020 and to the European Arrest Warrant issued on the 18th of June 2019, concerning [opgeëiste persoon] , born on the [geboortedag] , 1961 in [geboorteplaats] , I would like to inform you about the following:
It is assured that in the event of a final sentence to imprisonment without suspension on probation within the Federal Republic of Germany the wanted person, [opgeëiste persoon] , will be transferred back to the Netherlands according to the Council Framework Decision 2008/909/HA of 27th November 2008 (Convention on the Transfer of Sentenced Persons of 21st March 1983, if he does agree to this).
The transference will be unconditional, so that, where appropriate, the conversion process can be applied in accordance with art. 11 of Pro the aforementioned Convention.
Naar het oordeel van de rechtbank is de hiervoor vermelde garantie voldoende. Nu Duitsland en Nederland beide Kaderbesluit 2008/909/JBZ hebben geïmplementeerd, doen de verwijzingen naar het Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen niet af aan die genoegzaamheid.
Uit artikel 2:13, eerste lid, aanhef en onder f, Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties volgt dat deze garantie alleen kan worden geëffectueerd, indien het feit ook naar Nederlands recht strafbaar is.
Aan deze voorwaarde is voldaan. Het feit is ook naar Nederlands recht strafbaar en levert op:
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod.

6.Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.

7.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 47 Wetboek van Strafrecht, 3 en 11 Opiumwet en 2, 5, 6 en 7 Overleveringswet.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan de directeur van de rechtbank van eerste aanleg in Geldern (Duitsland).
Aldus gedaan door
mr. H.P. Kijlstra, voorzitter,
mrs. J.A.A.G. de Vries en J.G. Vegter, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. N.M. van Trijp, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 21 juli 2020.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.