Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Waardering van het bewijs
nietzou intreden. Niets wijst erop dat verdachte de kans dat hij [slachtoffer] dood zou schieten op de koop toe heeft genomen.
4.Bewezenverklaring
5.Strafbaarheid van de feiten
6.Strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straf en maatregelen
[naam moeder]een immateriële schadevergoeding betalen van
€ 17.500,-.
[naam vader]een immateriële schadevergoeding betalen van
€ 17.500,-.
[naam zus 2]een materiële schadevergoeding betalen van
€ 3.488,63.
[naam zus 1]en
[naam broer]worden niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partijen kunnen hun vorderingen eventueel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
jeugddetentievan
24 (vierentwintig) maanden.
[naam moeder]toe tot een bedrag van € 17.500,- (zeventienduizend en vijfhonderd euro) (immateriële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 28 januari 2020.
30dagen gijzeling worden toegepast, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.
[naam vader]toe tot een bedrag van € 17.500,- (zeventienduizend en vijfhonderd euro) (immateriële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 28 januari 2020.
30dagen gijzeling worden toegepast, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.
[naam zus 2]toe tot een bedrag van
€ 3.488,63(drieduizend vierhonderdachtentachtig euro en drieënzestig cent) (materiële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf
€ 3.488,63(drieduizend vierhonderdachtentachtig euro en drieënzestig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 31 januari 2020, bij gebreke van betaling en verhaal kan maximaal
30dagen gijzeling worden toegepast, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.
[naam zus 1]en
[naam broer]niet-ontvankelijk in hun vorderingen.