ECLI:NL:RBAMS:2020:3414

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
7 juli 2020
Publicatiedatum
10 juli 2020
Zaaknummer
13/752252-19
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 311 SrArt. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 6 OLWArt. 7 OLW
Verwijzingen
11 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering verdachte aan België met terugkeergarantie

De rechtbank Amsterdam behandelde op 7 juli 2020 de vordering tot overlevering van een verdachte aan België op basis van een Europees aanhoudingsbevel uitgevaardigd door de Rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen. De verdachte, met zowel de Nederlandse als Poolse nationaliteit, werd verdacht van diefstal door twee of meer verenigde personen met braak.

De rechtbank onderzocht de identiteit van de verdachte en bevestigde de juistheid van de persoonsgegevens. Vervolgens werd de strafbaarheid van de feiten volgens Nederlands recht getoetst, waarbij werd vastgesteld dat de feiten overeenkomen met het delict van diefstal met braak.

Vanwege de Nederlandse nationaliteit van de verdachte werd een terugkeergarantie geëist en ontvangen, waarin België toezegt dat een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf in Nederland mag worden uitgezeten. De rechtbank concludeerde dat aan alle wettelijke vereisten was voldaan en geen weigeringsgronden aanwezig waren.

Daarom werd de overlevering toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan België toe onder de voorwaarde van een terugkeergarantie.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/752252-19
RK nummer: 19/7171
Datum uitspraak: 7 juli 2020
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet Pro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 18 december 2019 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 9 december 2019 door de Rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen (België) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeeïste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboorteplaats] 1997,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] ,
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 23 juni 2020. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. C.L.E. McGivern. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. M.G. van Wijk, advocaat te Amsterdam.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd en heeft vervolgens de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, derde lid, OLW uitspraak moet doen voor onbepaalde tijd verlengd omdat zij die verlengingen nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Nederlandse en de Poolse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een afzonderlijk bevel tot aanhouding, bij verstek afgeleverd door Onderzoeksrechter Kristiaan Thys, Rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen op 9 december 2019 (referentienummer: OR Kristiaan Thys 2019/142) .
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Belgisch recht strafbare feiten.
Deze feiten zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB en in de aanvullende informatie, te weten de e-mails van 16 juni 2020 en 22 juni 2020 , afkomstig van de uitvaardigende justitiële autoriteit. Door de griffier gewaarmerkte fotokopieën van deze onderdelen zijn als bijlage aan deze uitspraak gehecht.

4.Strafbaarheid, feiten waarvoor de toets van dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval alleen worden toegestaan indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a 2°, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
De feiten leveren naar Nederlands recht op:
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, meermalen gepleegd.

5.De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW

De opgeëiste persoon heeft onder meer de Nederlandse nationaliteit. Zijn overlevering kan daarom alleen worden toegestaan, indien naar het oordeel van de rechtbank is gewaarborgd dat, zo hij ter zake van de feiten waarvoor de overlevering kan worden toegestaan in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wordt veroordeeld, hij deze straf in Nederland zal mogen ondergaan.
Bij e-mail van 28 april 2020 heeft H.C.R. Zwaan van de Afdeling Internationaal Rechtshulp Centrum van het Openbaar Ministerie om de volgende garantie gevraagd:
Gebleken is dat de heer [opgeeïste persoon] in het bezit is van de Nederlandse nationaliteit. Dit heeft tot gevolg dat op grond van artikel 5 lid 3 van Pro het Kaderbesluit Europees Aanhoudingsbevel en artikel 6 lid 1 van Pro de Nederlandse Overleveringswet de overlevering slechts kan worden toegestaan nadat van u de garantie is ontvangen dat, in het geval de opgeëiste persoon na overlevering in België onherroepelijk is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf, hij deze straf in Nederland mag ondergaan. Ik verzoek u deze garantie tot teruglevering te verlenen.
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft bij e-mail van 12 juni 2020 de volgende garantie gegeven:
Uiteraard bevestigen wij voor wat betreft de heer [opgeeïste persoon] de terugkeergarantie in deze zaak.
Naar het oordeel van de rechtbank is de hiervoor vermelde garantie voldoende.
Uit artikel 2:13, eerste lid, aanhef en onder f, Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties volgt dat deze garantie alleen kan worden geëffectueerd, indien de feiten ook naar Nederlands recht strafbaar zijn.
Aan deze voorwaarde is voldaan.

6.Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.

7.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 311 van het Wetboek van Strafrecht en 2, 5, 6 en 7 van de Overleveringswet.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeeïste persoon]aan de Rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen (België).
Aldus gedaan door
mr. M. van Mourik, voorzitter,
mrs. J.A.A.G. de Vries en M.E.M. James-Pater, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D. Gigengack, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 7 juli 2020.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.