ECLI:NL:RBAMS:2020:3412
Rechtbank Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid Openbaar Ministerie wegens intrekking Europees aanhoudingsbevel
De zaak betreft een verzoek ex artikel 23 van Pro de Overleveringswet tot in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door een Belgische rechtbank. De opgeëiste persoon, met de Nederlandse nationaliteit, werd verdacht en het EAB werd op 28 september 2016 uitgevaardigd.
De procedure kende meerdere zittingen, waaronder een eerste zitting op 20 december 2016 en een tussenuitspraak op 3 januari 2017 waarbij het onderzoek werd geschorst om nadere informatie van Belgische autoriteiten te verkrijgen. Op 23 juni 2020 werd de behandeling voortgezet, waarbij de opgeëiste persoon niet in persoon aanwezig was maar werd vertegenwoordigd door een gemachtigde raadsman.
Tijdens de procedure heeft het Openbaar Ministerie aangegeven niet-ontvankelijk te zijn omdat het EAB door de Belgische autoriteiten was ingetrokken. De rechtbank bevestigde dit standpunt en verklaarde het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering. Tevens stelde de rechtbank vast dat de geschorste overleveringsdetentie was beëindigd. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens intrekking van het Europees aanhoudingsbevel.