ECLI:NL:RBAMS:2020:3378
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak kapitein en rechtspersonen wegens ontbreken nalatigheid bij dodelijk arbeidsongeval op sleephopperzuiger
Op 17 maart 2017 vond een noodlottig ongeval plaats aan boord van de sleephopperzuiger waarbij een bemanningslid verdronk tijdens laswerkzaamheden in een laadpijp. De kapitein en twee rechtspersonen werden beschuldigd van het overtreden van artikel 32 van Pro de Arbeidsomstandighedenwet door onvoldoende voorlichting, toezicht en het niet zorgen voor een veilige arbeidsplaats.
De officier van justitie stelde dat de verdachten nalatig waren in hun zorgplicht, onder meer door het ontbreken van werkvergunningen (permits) voor laswerkzaamheden en onvoldoende controle hierop. De verdediging voerde aan dat er geen opdracht was gegeven voor de laswerkzaamheden, dat er een alternatieve, schriftelijk vastgelegde procedure bestond en dat er geen causaal verband was tussen het handelen van de verdachten en het ongeval.
De rechtbank concludeerde dat de bemanning voldoende was geïnformeerd over de risico’s en dat een adequaat veiligheidssysteem aanwezig was. Er was geen bewijs dat de verdachten onvoldoende toezicht hielden of dat zij nalatig waren in het naleven van veiligheidsvoorschriften. Het ontbreken van werkvergunningen was niet in strijd met de ISM-code en de alternatieve procedure was toereikend. Er was geen causaal verband tussen de gedragingen van de verdachten en het overlijden van het bemanningslid.
Daarom verklaarde de rechtbank het ten laste gelegde niet bewezen en sprak zij de verdachten vrij van overtreding van de Arbeidsomstandighedenwet.
Uitkomst: Verdachte en medeverdachten worden vrijgesproken wegens ontbreken van bewijs voor nalatigheid of onvoldoende toezicht bij het arbeidsongeval.