AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Weigering van overlevering op grond van het ontbreken van onvoorwaardelijke verzetgarantie
De rechtbank Amsterdam behandelde de vordering tot overlevering van een persoon aan Polen op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Regional Court Gdańsk-North. De opgeëiste persoon werd verdacht van het ondergaan van een gevangenisstraf die nog niet volledig was uitgezeten.
Tijdens de zitting werd vastgesteld dat de identiteit van de opgeëiste persoon correct was en dat hij de Poolse nationaliteit bezit. Het EAB betrof een vonnis van 29 juli 2014, met een resterende strafduur van bijna twee jaar. De rechtbank onderzocht of aan de voorwaarden voor overlevering was voldaan, waaronder de onvoorwaardelijke verzetgarantie zoals bedoeld in artikel 12 OLWPro.
Uit de stukken bleek dat de verdachte niet persoonlijk aanwezig was bij de behandeling van de zaak die tot het vonnis leidde, en dat dagvaarding en vonnis onbestelbaar waren geretourneerd. Tevens was de verdachte niet vertegenwoordigd door een gemachtigde advocaat tijdens de zitting. Hierdoor ontbrak de onvoorwaardelijke verzetgarantie, waardoor de rechtbank de overlevering weigerde.
De rechtbank besloot de overlevering te weigeren en het bevel tot overleveringsdetentie op te heffen. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk volgens artikel 29, tweede lid, OLW.
Uitkomst: De rechtbank weigert de overlevering vanwege het ontbreken van een onvoorwaardelijke verzetgarantie.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/751931-19
RK nummer: 20/2576
Datum uitspraak: 19 juni 2020
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 OverleveringswetPro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 27 februari 2020 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 8 augustus 2019 door de Sąd Okręgowy w Gdańsku, Polen, en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren te [geboorteplaats], Polen, [geboortedag] 1987,
niet ingeschreven in de Basisregistratie personen, maar volgens eigen zeggen verblijvend op het adres [adres],
gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [te plaats],
hierna te noemen de opgeëiste persoon.
1.Procesgang
De vordering is behandeld op de openbare zitting van 5 juni 2020. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. N.R. Bakkenes. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. T. Kocabas, advocaat te Zoetermeer en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd en heeft vervolgens de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, derde lid, OLW uitspraak moet doen voor onbepaalde tijd verlengd omdat zij die verlengingen nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting, via een videoverbinding, verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.
3.Grondslag en inhoud van het EAB
In het EAB wordt melding gemaakt van een vonnis, gewezen door the Regional Court Gdańsk-Northin Gdańsk van 29 juli 2014 (zaaksnummer II K 452/14), waarbij aan de opgeëiste persoon een gevangenisstraf is opgelegd met de duur van twee jaren, waarvan volgens het EAB nog één jaar, elf maanden en 29 dagen resteren.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze vrijheidsstraf, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat.
Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.
Op grond van de in onderdeel D van het EAB verstrekte gegevens stelt de rechtbank vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis, terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij de behandeling ter terechtzitting die tot het vonnis heeft geleid.
Het EAB vermeldt voorts het volgende:
the person was summoned in person – the notification of the date of trial was deemed effectively served on 12 June 2014 and thereby informed of the scheduled date and place of the trial which resulted in the decision and was informed that a decision may be handed down if he or she does not appear for the trial.
Uit aanvullende informatie van 3 en 28 april 2020 blijkt dat zowel de dagvaarding als het vonnis onbestelbaar zijn geretourneerd.
Voorts blijkt uit de aanvullende informatie van 28 april 2020 dat de opgeëiste persoon op de terechtzitting niet was vertegenwoordigd door een gemachtigde advocaat.
Het vonnis is derhalve - kort gezegd - gewezen zonder dat zich één van de in artikel
12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan.
Op grond van artikel 12, sub d, OLW mag de rechtbank in dit geval de overlevering alleen toestaan, indien de uitvaardigende justitiële autoriteit heeft vermeld dat
( i) het betreffende vonnis na overlevering onverwijld aan de opgeëiste persoon zal worden betekend en hij uitdrukkelijk zal worden geïnformeerd over zijn recht op een verzetprocedure of een procedure in hoger beroep, waarbij hij het recht heeft aanwezig te zijn, waarop de zaak opnieuw ten gronde wordt behandeld en nieuw bewijsmateriaal wordt toegelaten, die kan leiden tot herziening van het oorspronkelijke vonnis en
( ii) de opgeëiste persoon wordt geïnformeerd over de termijn waarbinnen hij verzet of hoger beroep dient aan te tekenen, als vermeld in het desbetreffende Europees aanhoudingsbevel.
Uit voornoemde aanvullende informatie van 28 april 2020 blijkt dat geen sprake is van een onvoorwaardelijke verzetgarantie.
De rechtbank is daarom van oordeel dat de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLWPro van toepassing is.
4.Beslissing
WEIGERTde overlevering van [opgeëiste persoon]aan de Sąd Okręgowy w Gdańsku, Polen.
HEFT OPhet bevel overleveringsdetentie.
Aldus gedaan door
mr. M.T.C. de Vries, voorzitter,
mrs. E. de Rooij en V.V. Essenburg, rechters,
in tegenwoordigheid van R. Rog, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 19 juni 2020.
De oudste rechter is buiten staat te tekenen.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.