ECLI:NL:RBAMS:2020:3012
Rechtbank Amsterdam
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring officier van justitie wegens intrekking Europees aanhoudingsbevel
De rechtbank Amsterdam behandelde een vordering van de officier van justitie tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB), uitgevaardigd door het Belgische parket van de Procureur des Konings Limburg. De opgeëiste persoon, met de Nederlandse en Marokkaanse nationaliteit, was gedetineerd in een Nederlandse penitentiaire inrichting.
Tijdens de procedure vroeg de raadsman van de opgeëiste persoon om aanhouding van de behandeling in afwachting van een Belgisch vonnis, waarop de rechtbank de zaak schorste. De opgeëiste persoon deed afstand van zijn recht op aanwezigheid bij de zittingen. Op de zitting van 27 mei 2020 werd de termijn voor uitspraak verlengd om de overleveringsbeslissing te kunnen nemen.
De officier van justitie stelde zich niet-ontvankelijk omdat het EAB was ingetrokken. De rechtbank volgde dit standpunt en verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk in haar vordering. Tevens stelde de rechtbank vast dat de overleveringsdetentie was beëindigd. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard wegens intrekking van het Europees aanhoudingsbevel.