Op 26 juni 2017 sloeg verdachte het slachtoffer met de scherpe kant van een bijl meerdere malen, onder meer op het hoofd en de borst, wat leidde tot ernstige snijwonden. De rechtbank acht bewezen dat verdachte met voorwaardelijk opzet handelde, omdat hij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat het slachtoffer zou kunnen overlijden.
De verdediging voerde aan dat het letsel niet door verdachte was toegebracht en stelde een beroep op noodweer, maar de rechtbank verwierp deze stellingen vanwege inconsistenties in de verklaringen van verdachte en de overtuigende bewijsvoering van het slachtoffer en de verbalisanten.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 15 maanden op, rekening houdend met de ernst van het feit, het ontbreken van eerdere veroordelingen van verdachte, en een overschrijding van de redelijke termijn van bijna elf maanden. De rechtbank zag geen aanleiding voor een voorwaardelijke straf of bijzondere voorwaarden.