De rechtbank Amsterdam behandelde op 20 mei 2020 een vordering tot overlevering op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Criminal Court Number 12 van Barcelona. De opgeëiste persoon, geboren in Irak en zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, werd via telehoren gehoord vanuit detentie. De rechtbank stelde de identiteit vast en onderzocht de inhoud van het EAB, dat betrekking heeft op een gevangenisstraf van 12 maanden wegens diefstal door twee of meer verenigde personen.
De rechtbank beoordeelde de dubbele strafbaarheid en concludeerde dat het feit in Nederland ook strafbaar is als diefstal door meerdere personen. De raadsman van de opgeëiste persoon voerde verweren aan tegen de proportionaliteit van de straf en tegen mogelijke schending van mensenrechten, mede vanwege de Covid-19-pandemie. De rechtbank verwierp deze verweren omdat zij niet onder de weigeringsgronden vallen en benadrukte dat Covid-19 omstandigheden geen inhoudelijke invloed hebben op de overleveringsbeslissing.
De rechtbank concludeerde dat het EAB voldoet aan de wettelijke eisen en dat er geen gronden zijn om de overlevering te weigeren. Op grond hiervan werd de overlevering aan Spanje toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.