Uitspraak
[eiser sub 2],
[eiser sub 3],
[eiser sub 4],
[eiser sub 5],
[eiseres sub 6],
[eiseres sub 7],
PETRONELLA JOHANNA MARIA [eiseres sub 8],
- de dagvaarding van 28 januari 2019 van [eisers] , met producties,
- de conclusie van antwoord van Rabobank, met producties,
- het tussenvonnis van 23 oktober 2019, waarbij een comparitie van partijen is bepaald,
- het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 12 maart 2020 met de daarin genoemde processtukken.
2.De feiten
2 Zorgplicht bank en cliënt
Gisteren hebben wij met elkaar gesproken over de ontwikkeling van uw onderneming [eiser sub 1] dit ook tot in verhouding tot de sector onroerend goed. Geconstateerd is dat over 2011 er sprake is van een positief resultaat, deze positieve ontwikkeling heeft niet geleid tot een verbetering van de liquiditeit dit vanwege een aantal factoren. Enerzijds vanwege oplopende debiteruren (2011 EUR 55.000,--) teruglopen van crediteuren en belastingen (2011 EUR 20.000,--). Daarnaast is van invloed de onttrekkingen van de maten. Benadrukt is dat vanuit de bank het noodzakelijk wordt geacht om jaarlijks EUR 148.000,- af te lossen.(…)
(…) Ondernemers hebben in de diverse vastgoedlocaties circa € 6.200 K geïnvesteerd waarvan bancair afgerond € 3.500 K is gefinancierd. (…)
Voor zover een Rabobank Roll-Over Lening met rentekeuze is overeengekomen gelden verder de volgende bepalingen:
3.Het geschil
4.De beoordeling
iedere natuurlijke persoon die bij (...) overeenkomsten handelt voor doeleinden die buiten zijn bedrijfs- of beroepsactiviteiten vallen”. Het gaat hierbij om een objectief begrip dat losstaat van de concrete kennis waarover de betrokkene kan beschikken of van de informatie waarover hij beschikt. Of sprake is van een consument moet worden nagegaan rekening houdend met alle bewijsstukken en in het bijzonder met de bewoordingen van de overeenkomst. Daartoe moet worden gekeken naar alle omstandigheden, met name de aard van het goed of de dienst waarop de betrokken overeenkomst betrekking heeft, waaruit kan blijken met welk doel dat goed is gekocht of die dienst is ontvangen (vgl. HvJ EU 3 september 2015, ECLI:EU:C:2015:538, [partijnaam] ).
1. Een echtgenoot behoeft de toestemming van de andere echtgenoot voor de volgende rechtshandelingen: