Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Promis)
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Waardering van het bewijs
4.Bewezenverklaring
5.De strafbaarheid van het feit en de strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de maatregel
- Een Pro Justitia psychologisch onderzoek, opgesteld door W.J.P. Gaertner, GZ-psycholoog, van 13 december 2019;
- Een Pro Justitia psychiatrisch onderzoek, opgesteld door dr. T.W.D.P. van Os, psychiater/psychoanalyticus, van 24 december 2019.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden - in aanmerking genomen de ernst van het feit en de ernst van het ziektebeeld van verdachte onder invloed waarvan het feit is begaan - met voldoende waarborgen met betrekking tot de beveiliging van de samenleving is omkleed.
7. De benadeelde partij
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
[verdachte] ,voor het bewezen verklaarde niet strafbaar en ontslaat verdachte ter zake van alle rechtsvervolging.
ter beschikking zal worden gestelden stelt daarbij de volgende
voorwaarden:
- veroordeelde meldt zich op afspraken bij de reclassering. De reclassering bepaalt hoe vaak dat nodig is;
- veroordeelde laat één of meer vingerafdrukken nemen en laat een geldig identiteitsbewijs zien. Dit is nodig om de identiteit van betrokkene vast te stellen;
- veroordeelde houdt zich aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om betrokkene te helpen bij het naleven van de voorwaarden;
- veroordeelde helpt de reclassering aan een actuele foto waarop zijn gezicht herkenbaar is. Deze foto is nodig voor opsporing bij ongeoorloofde afwezigheid.
- veroordeelde werkt mee aan huisbezoeken;
- veroordeelde geeft de reclassering inzicht in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners;
- veroordeelde vestigt zich niet op een ander adres zonder toestemming van de reclassering;
- veroordeelde werkt mee aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met veroordeelde, als dat van belang is voor het toezicht;
[slachtoffer]gedeeltelijk toe tot een bedrag van
€ 12.233,56(zegge twaalfduizend tweehonderddrieëndertig euro en zesenvijftig cent), bestaande uit € 2.233,56 (zegge tweeduizend tweehonderddrieëndertig euro en zesenvijftig cent) aan vergoeding van materiële schade en € 10.000,00 (zegge tienduizend euro) aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 5 oktober 2019 tot aan de dag der algehele voldoening.
[slachtoffer]voornoemd.
[slachtoffer]aan de Staat
€ 12.233,56(zegge twaalfduizend tweehonderddrieëndertig euro en zesenvijftig cent), bestaande uit € 2.233,56 (zegge tweeduizend tweehonderddrieëndertig euro en zesenvijftig cent) aan vergoeding van materiële schade en € 10.000,00 (zegge tienduizend euro) aan vergoeding van immateriële schade te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 5 oktober 2019 tot aan de dag der algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 96 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.