De rechtbank Amsterdam heeft op 12 mei 2020 uitspraak gedaan over de vordering tot overlevering van een opgeëiste persoon aan België, op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Hof van Beroep van Mons. De opgeëiste persoon werd verdacht van informaticacriminaliteit en georganiseerde diefstal, feiten waarvoor in België een gevangenisstraf van drie jaar is opgelegd.
Tijdens de openbare zitting van 28 april 2020 werd de identiteit van de opgeëiste persoon vastgesteld en bevestigde zij haar Franse nationaliteit. De rechtbank heeft de wettelijke termijn voor uitspraak met dertig dagen verlengd om de overleveringsverzoek zorgvuldig te kunnen beoordelen.
De rechtbank stelde vast dat het EAB voldeed aan de voorwaarden van de Overleveringswet (OLW), dat de feiten waren opgenomen in de lijst van bijlage 1 van de OLW, waardoor onderzoek naar dubbele strafbaarheid achterwege kon blijven. Er waren geen weigeringsgronden aanwezig die de overlevering in de weg stonden.
Op grond van artikel 2, 5 en 7 OLW heeft de rechtbank de overlevering van de opgeëiste persoon aan België toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.