AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Niet-ontvankelijkheid officier van justitie in vordering tot in behandeling nemen Europees aanhoudingsbevel wegens intrekking overleveringsverzoek
De rechtbank Amsterdam behandelde op 28 april 2020 een vordering van de officier van justitie tot in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Amtsgericht Augsburg in Duitsland. Het EAB betrof de aanhouding en overlevering van een persoon geboren in 1979 met Roemeense nationaliteit, die destijds gedetineerd was in een justitieel complex.
Tijdens de procedure gaf de officier van justitie na sluiting van het onderzoek ter zitting aan dat de Duitse justitiële autoriteit niet langer de overlevering wenste. Hierop werd de overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon opgeheven. De officier van justitie stelde vervolgens dat hij niet-ontvankelijk moest worden verklaard in zijn vordering ex artikel 23 vanPro de Overleveringswet (OLW).
De rechtbank heropende op 12 mei 2020 het onderzoek ter zitting, waarna zij direct uitspraak deed. Gelet op de intrekking van het overleveringsverzoek door de uitvaardigende autoriteit verklaarde de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot in behandeling nemen van het EAB. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot in behandeling nemen van het Europees aanhoudingsbevel wegens intrekking van het overleveringsverzoek.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/751132-20
RK nummer: 20/1187
Datum uitspraak: 12 mei 2020
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 OverleveringswetPro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 27 februari 2020 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 10 december 2019 door het Amtsgericht Augsburg(Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren te [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedag] 1979,
verblijvende op het adres: [adres],
gedetineerd in het Justitieel Complex ‘[locatie]’ te [plaats],
hierna te noemen de opgeëiste persoon.
1.Procesgang
De vordering is behandeld op de openbare zitting van 28 april 2020. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. M.H. Aalmoes, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Roemeense taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.
Heropening onderzoek ter zitting
Na sluiting van het onderzoek ter zitting, heeft de officier van justitie de rechtbank bericht dat de uitvaardigende justitiële autoriteit te kennen heeft gegeven niet langer de overlevering van de opgeëiste persoon te wensen. Om die reden is op 30 april 2020 de overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon ex artikel 33, aanhef en onder a, OLW door de officier van justitie opgeheven.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het vorenstaande betekent dat hij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering ex artikel 23 OLWPro. De officier van justitie is akkoord met een heropening van het onderzoek ter zitting, waarna het onderzoek meteen wordt gesloten en uitspraak wordt gedaan.
Desgevraagd heeft de raadsvrouw zich tevens akkoord verklaard met een heropening en sluiting van het onderzoek ter zitting direct gevolgd door een uitspraak.
Op 12 mei 2020 is het onderzoek ter zitting heropend en is na sluiting van het onderzoek meteen uitspraak gedaan.
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
De rechtbank heeft ter zitting van 28 april 2020, via telehoren, de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Roemeense nationaliteit heeft.
3.Ontvankelijkheid van de officier van justitie
Uit de informatie van de uitvaardigende autoriteit, te weten de e-mail van 29 april 2020 afkomstig van Dr. Wiesner, der Leitende Oberstaatsanwalt in Augsburg, blijkt dat overlevering van de opgeëiste persoon niet meer is gewenst.
De rechtbank zal de officier van justitie op grond van het bovenstaande niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB.
4.Beslissing
VERKLAARTde officier van justitie niet-ontvankelijkin de vordering van 27 februari 2020 ex artikel 23 vanPro de OLW.
Aldus gedaan door
mr. J.G. Vegter, voorzitter,
mrs. J.A.A.G. de Vries en V.V. Essenburg, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D. Gigengack, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 12 mei 2020.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.