Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
vonnis van de kantonrechterkort geding
[eiser]
de besloten vennootschap Kesefa PH3 B.V.
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Uitgangspunten
Vordering
Verweer
Beoordeling
BESLISSING
€ 400,00
Rechtbank Amsterdam
De werknemer trad in juni 2013 in dienst bij Hotel Max in Mokum B.V. als algemeen manager. Op 13 januari 2020 nam FIG B.V. de exploitatie van het hotel over, die vervolgens werd overgedragen aan Kesefa. De werknemer vorderde betaling van zijn loon vanaf de overnamedatum, omdat Kesefa zijn salaris niet betaalde.
Kesefa stelde dat de werknemer niet bereid was zijn werkzaamheden te verrichten en medisch gezien niet ziek was. De werknemer had echter onbetaald verlof opgenomen en na onduidelijkheid over de overname pas later contact met Kesefa. Een mediationtraject vanwege arbeidsconflict leidde niet tot werkhervatting.
De kantonrechter oordeelde dat Kesefa als nieuwe werkgever verplicht was het loon te betalen vanaf 13 januari 2020. Kesefa had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de werknemer niet bereid was te werken. De loonvordering werd toegewezen, inclusief wettelijke verhoging en rente, met een gedeeltelijke toewijzing van buitengerechtelijke kosten. Kesefa werd veroordeeld tot betaling van het achterstallige loon, het loon vanaf april 2020 tot einde dienstverband en proceskosten.
Uitkomst: Kesefa wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon vanaf 13 januari 2020, wettelijke verhoging, rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten.