ECLI:NL:RBAMS:2020:2221
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onvoldoende onderbouwing en gebrekkige naleving informatieverplichtingen consument
Eisende partij heeft gevorderd dat gedaagde partij wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van €142,00. Gedaagde partij is verstek verleend wegens niet verschijnen en niet reageren op de dagvaarding.
De kantonrechter stelt dat voor beoordeling van de vordering alle relevante feiten en stukken moeten worden overgelegd, waaronder het invullen van een informatieformulier dat verplicht is bij consumentenzaken met verstek. Eisende partij heeft dit formulier ingevuld maar onvoldoende toegelicht en onderbouwd.
Onduidelijk is wanneer de overeenkomst tot stand is gekomen. De overgelegde algemene voorwaarden dateren van 2019, wat impliceert dat de overeenkomst niet in 2019 of later is gesloten. Omdat de overeenkomst buiten verkoopruimte tot stand is gekomen, gelden de wettelijke (pre)contractuele informatieverplichtingen uit Boek 6 BW Afdeling 2B.
Eisende partij heeft niet aangetoond dat zij schriftelijk of op duurzame gegevensdrager een bevestiging van de overeenkomst heeft verstrekt zoals vereist in artikel 6:230t BW. Ook is niet duidelijk of de vordering gebaseerd is op bedingen uit de algemene voorwaarden, en zo ja, of deze bedingen onredelijk bezwarend zijn.
De kantonrechter is ambtshalve gehouden dit te onderzoeken, maar door het ontbreken van de benodigde informatie en stukken is dit onmogelijk. Daarom wordt de vordering afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De proceskosten worden begroot op nihil.
Uitkomst: De vordering wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en het ontbreken van bewijs van naleving van wettelijke informatieverplichtingen.