ECLI:NL:RBAMS:2020:2220
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onvoldoende onderbouwing en niet-naleving informatieverplichtingen consument
Eisende partij heeft gevorderd dat gedaagde partij wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van €190,00. Gedaagde partij is niet verschenen, zodat verstek is verleend. De kantonrechter beoordeelde de vordering ambtshalve en constateerde dat eisende partij niet voldoende feiten en stukken heeft gesteld en overgelegd die voor de beoordeling van belang zijn.
Specifiek ontbrak het aan duidelijke informatie over het moment van totstandkoming van de overeenkomst en het voldoen aan de wettelijke (pre)contractuele informatieverplichtingen die gelden bij online gesloten consumentenovereenkomsten. Eisende partij heeft geen bevestiging van de overeenkomst op een duurzame gegevensdrager overgelegd, zoals vereist op grond van artikel 6:230v lid 7 BW.
Ook is niet gesteld of de vordering gebaseerd is op (oneerlijke) bedingen uit de algemene voorwaarden. Door deze tekortkomingen kon de kantonrechter niet ambtshalve beoordelen of aan de wettelijke verplichtingen is voldaan. Daarom is de vordering afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De kantonrechter veroordeelde eisende partij in de proceskosten, die tot op heden nihil worden begroot. Het vonnis is gewezen door kantonrechter A.W.J. Ros en op 16 april 2020 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vordering wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en niet-naleving van wettelijke informatieverplichtingen.