ECLI:NL:RBAMS:2020:2102
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot schorsing voorlopige hechtenis ondanks coronamaatregelen
De raadsman van verdachte verzocht de rechtbank om het bevel tot voorlopige hechtenis te schorsen vanwege de bijzondere omstandigheden veroorzaakt door de uitbraak van het coronavirus. Verdachte was bereid zich aan schorsingsvoorwaarden te houden. De officier van justitie verzette zich tegen dit verzoek.
De rechtbank oordeelde dat de gronden voor voorlopige hechtenis, zoals de verdenking, bezwaren en het gevaar voor de geschokte rechtsorde en recidive, nog steeds aanwezig zijn. De persoonlijke belangen van verdachte wegen niet op tegen het algemeen belang bij voortzetting van de voorlopige hechtenis. De vertraging van de strafzaak door de coronamaatregelen is onvoldoende reden voor schorsing.
Hoewel de omstandigheden in de penitentiaire inrichting door de coronamaatregelen zijn verslechterd, acht de rechtbank dit geen voldoende grond om de voorlopige hechtenis te schorsen. De rechtbank zal zich inspannen om de inhoudelijke behandeling van de zaak zo spoedig mogelijk te hervatten zodra zittingen weer mogelijk zijn. Het verzoek tot schorsing wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen en de voorlopige hechtenis blijft gehandhaafd.