ECLI:NL:RBAMS:2020:2072
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van opzet bij aanrijding met ME-voertuig
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van poging tot zware mishandeling door met een ME-voertuig over het been van aangever te rijden. De officier van justitie stelde dat verdachte bewust naar links stuurde om aangever een tikje te geven met de zijspiegel, waardoor deze ten val kwam en gewond raakte, en dat sprake was van voorwaardelijk opzet.
Verdachte ontkende bewust te hebben gestuurd en stelde dat het hoge toerental en de stuurbeweging veroorzaakt konden zijn door de technische staat van het voertuig. Getuigenverklaringen waren gebaseerd op gevoelens en niet op directe waarneming, aldus de verdediging.
De rechtbank stelde vast dat verdachte inderdaad met het ME-voertuig over het been van aangever is gereden, maar kon niet vaststellen dat dit met opzet gebeurde. Er was onvoldoende bewijs dat verdachte bewust handelde met de intentie om aanmerkelijk letsel toe te brengen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van zowel poging tot zware mishandeling als mishandeling.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van bewijs voor opzet bij aanrijding met ME-voertuig.