De rechtbank Amsterdam behandelde op 24 januari 2020 de vordering tot overlevering van een Nederlandse verdachte aan Duitsland op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het kantongerecht Aken. De verdachte is geboren in Nederland en heeft de Nederlandse nationaliteit. De rechtbank heeft de identiteit van de verdachte vastgesteld en de juistheid van de persoonsgegevens bevestigd.
Het EAB betreft een strafrechtelijk onderzoek naar georganiseerde of gewapende diefstal, een feit dat volgens de Duitse autoriteiten strafbaar is en waarvoor een vrijheidsstraf van ten minste drie jaar kan worden opgelegd. De rechtbank heeft de dubbele strafbaarheid van de feiten niet nader onderzocht omdat deze feiten zijn opgenomen in de bijlage van de Overleveringswet.
De Duitse autoriteiten hebben een garantie afgegeven dat, indien de verdachte tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wordt veroordeeld, hij deze straf in Nederland zal mogen ondergaan. De rechtbank acht deze garantie voldoende en stelt vast dat de feiten ook naar Nederlands recht strafbaar zijn als diefstal door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.
Omdat het EAB voldoet aan de wettelijke eisen en er geen weigeringsgronden zijn, besluit de rechtbank de overlevering toe te staan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.