ECLI:NL:RBAMS:2020:1989
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onvoldoende onderbouwing in consumentenzaak over factuurbetaling
Eiseres heeft gevorderd dat gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van een factuur van €45,00, gebaseerd op een tussen partijen gesloten overeenkomst. Gedaagde is niet verschenen, waardoor verstek is verleend. De kantonrechter toetst ambtshalve of de vordering voldoende is onderbouwd.
De dagvaarding vermeldt niet op welke datum en wijze de overeenkomst tot stand is gekomen, noch zijn de overeenkomst of de toepasselijke algemene voorwaarden overgelegd. Alleen de factuur, een onderliggende factuur en een veertiendagenbrief zijn bijgevoegd. Hierdoor ontbreekt essentiële informatie om te beoordelen of aan de wettelijke informatieverplichtingen is voldaan en of de vordering niet gebaseerd is op onredelijk bezwarende bedingen.
De kantonrechter oordeelt dat de vordering onvoldoende is onderbouwd en wijst deze af. Eisende partij wordt veroordeeld in de proceskosten, die nihil worden begroot aan de zijde van gedaagde. Het vonnis is gewezen door kantonrechter A.W.J. Ros en op 2 april 2020 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Vordering afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing met alle voor de beslissing benodigde feiten en stukken.