ECLI:NL:RBAMS:2020:1978
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken bewijs van dwang bij aanranding
De rechtbank Amsterdam heeft op 22 januari 2020 uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van poging tot verkrachting en aanranding op of omstreeks 23 oktober 2015 in Amsterdam. De officier van justitie vorderde vrijspraak voor poging tot verkrachting, maar stelde dat aanranding bewezen kon worden. De verdediging pleitte integrale vrijspraak, stellende dat sprake was van een mislukte versierpoging zonder dwang.
De rechtbank oordeelde dat het primaire feit, poging tot verkrachting, niet bewezen kon worden en sprak verdachte daarvan vrij. Ten aanzien van de aanranding stelde de rechtbank vast dat hoewel de gedragingen grensoverschrijdend waren, er geen sprake was van dwang door geweld, bedreiging of andere feitelijkheid. Het slachtoffer voelde zich niet zodanig gedwongen dat zij geen weerstand kon bieden; verdachte stopte toen zij zich verzette.
Daarom sprak de rechtbank verdachte ook vrij van aanranding. De vordering van het slachtoffer werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege de vrijspraak. Hiermee kwam de rechtbank tot een volledige vrijspraak van verdachte wegens ontbreken van bewijs van dwang bij de aanranding.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van bewijs dat het slachtoffer door dwang handelingen moest dulden.