Op 14 juni 2019 werd verdachte te Amsterdam betrapt op het bezit van een molotovcocktail en het dragen van een machete, beide verboden wapens volgens de Wet wapens en munitie. De rechtbank achtte deze feiten bewezen en strafbaar. Verdachte was op dat moment 19 jaar en werd daarom als jongvolwassene onder het adolescentenstrafrecht berecht, mede op advies van de reclassering vanwege zijn autisme en ADD.
De rechtbank nam de persoonlijke omstandigheden van verdachte mee, waaronder zijn kwetsbaarheid en beperkte inschattingsvermogen, en hield rekening met zijn positieve ontwikkeling en werk bij een groenvoorzieningsbedrijf. Hoewel de wapens werden meegenomen voor de opname van een videoclip en niet voor dreiging, achtte de rechtbank het gedrag ernstig vanwege de mogelijke risico's en de openbare locatie.
De officier van justitie eiste een werkstraf van 60 uur met vervangende jeugddetentie van 30 dagen. De verdediging vroeg om een straf gelijk aan het voorarrest of een geheel voorwaardelijke werkstraf. De rechtbank legde een lagere werkstraf van 40 uur op, met 20 dagen jeugddetentie als vervangende straf, mede om de positieve ontwikkeling van verdachte te stimuleren.
Daarnaast werd de machete en een ander mes verbeurd verklaard. De rechtbank sprak verdachte vrij van overige tenlastegelegde feiten en achtte geen rechtvaardigingsgrond of strafuitsluitingsgrond aanwezig. De strafoplegging is in lijn met de ernst van de feiten, de omstandigheden en de persoon van verdachte.